Het Champagneglas
Champagne wordt gedronken uit – hoe kan het ook anders – een champagneglas, ofwel een flute. Dit is een tulpvormig glas op een steel met een dunne wand. De dikte van het glas moet dun zijn om de temperatuur van de champagne niet aan te tasten door de temperatuur van het glas. Dunne glazen nemen binnen luttele seconden de temperatuur aan van de champagne. Kristal verdient overigens de voorkeur boven ‘gewoon’ glas vanwege het wat ruwere (kristal)glas. Hierdoor komen de bubbels beter tot hun recht. De flutes zijn er in verschillende maten. Er zijn flutes met een nauwe hals waardoor de bubbels optimaal in het glas bewaard blijven. Nadeel van dergelijke glazen is echter dat bij het inschenken van de champagne weer veel bubbels verloren gaan. Bovendien kan er door de nauwe opening niet goed genoten worden van het bouquet en het aroma. Bij flutes met een grotere opening kan dit wel. Ook gaan er bij het inschenken in een flute met een grotere opening minder bubbels verloren. In de jaren 60 was men van mening dat het perfecte champagneglas een coupe (een soort ijscoupe) moest zijn. Een groot probleem is echter dat de bubbels in een dergelijk glas in no time vervlogen zijn. Vandaag de dag zal er om deze reden bijna niemand meer zijn die zijn of haar champagne uit zo’n glas drinkt.
Volgens kenners is het glas naar ontwerp van Georg Riedel, het Cuvée Prestige, het allerbeste glas om champagne uit te drinken. De opening is ruim genoeg en het glas is licht gerond. Deze glazen zijn echter wel aan de prijzige kant. Andere ‘bekende’ glazen zijn de Waterford en de Royal Leerdam glazen. Deze glazen zijn van kristal en de nadruk ligt bij deze glazen op design.
Een grappig detail is dat sommige fabrikanten een druppeltje glas aanbrengen op de bodem van het glas. Vanuit deze druppel borrelt de champagne dan continu omhoog. Let maar eens op als u champagne drinkt uit een dergelijk glas.



