Geschiedenis
Reeds ver voor de middeleeuwen werd wijn geproduceerd in de Champagnestreek. Vele kerken daar hadden wijngaarden en de monniken produceerden de wijn voor de eucharistie. Ook was het traditie geworden om Franse koningen te inaugureren in Reims, hart van de Champagnestreek.
In tegenstelling tot de algemene veronderstelling dat champagne ontdekt is in Frankrijk door de monnik Dom Pérignon, is het voor het eerst ontdekt door de Engelse wetenschapper Christopher Merrit. Hij ontdekte de 2e gisting door het toevoegen van extra suiker en presenteerde zijn ontdekking aan de Royal Society in 1662.
Desalniettemin heeft de Franse monnik Dom Pérignon ontzettend veel verbeteringen doorgevoerd aan het productieproces van champagne zoals wij die vandaag de dag nog kennen. Zo heeft hij bijvoorbeeld het ijzerdraadje om de kurk (muselet) bedacht om de druk die ontstaat bij de 2e gisting te kunnen weerstaan, ook heeft hij de horizontale druivenpers uitgevonden en is de perskracht tegenwoordig nog steeds niet groter dan die men tussen duim en wijsvinger kan realiseren.
Weduwe (veuve) Clicquot ontdekte dat wanneer men de fles op zijn kop hield, er bezinksel (o.a. gist) naar de hals gleed. Zo zijn de stellages ontstaan waarin men de flessen op zijn kop kan laten staan. Ook het periodiek draaien van deze flessen (remuer) is daarbij ontwikkeld.
Champagne kreeg wereldfaam door de inauguratie van de Franse koningen in Reims. Men associeerde deze sprankelende wijn uit de Champagnestreek met luxe en macht. De champagneproducenten zelf maakten hier dankbaar gebruik van en deden hun uiterste best om deze associatie in stand te houden en met succes... Zelfs vandaag de dag nog wordt champagne geassocieerd met rijkdom.



